PERSBERICHT
Amsterdam, 15 juli 2005
Onafhankelijke rechtsspraak ver te zoeken tijdens proces tegen krakers
en sympathisanten.
Gisteren, 14 juli 2005 moesten 10 mensen voor de rechter verschijnen
naar aanleiding van de ontruimingsgolf van 31 mei 2005 te Amsterdam.
Toen werden kraakpanden op het Rokin, de Vijzelgracht, derde Oosterparkstraat,
Amstel, Prinsengracht, Lijnbaansgracht en de Utrechtsedwarsstraat
ontruimd, waarbij in totaal 26 mensen werden gearresteerd.
De eisen tegen deze mensen varieerden van 4 weken tot zeven maanden.
Uiteindelijk zijn twee mensen vrijgesproken, waarvan er een al 6
weken in voorarrest had gezeten. Een vrouw is veroordeeld tot 5
maanden met aftrek van voorarrest, terwijl de Officier van Justitie
(OvJ) tegen haar 7 maanden had geëist. Dit betekent dat deze
vrouw nog 3,5 maanden moet zitten. Alle andere mensen werden veroordeeld
tot zes weken, met aftrek van het voorarrest en hebben dus hun straf
al uitgezeten. Een verdachte die na 2 weken voorarrest vrijgelaten
was, moet nu nog 4 weken uitzitten.
Direct na de arrestaties werd al duidelijk dat politie en justitie
enkele mensen zwaar wilden straffen als voorbeeld voor krakers en
actievoerders in het algemeen. Acht willekeurige arrestanten van
de 26 mensen werden anderhalve maand in voorarrest gehouden. Het
vermoeden dat niet zozeer het delict (art 141 Sr. openlijke geweldpleging
in vereniging) waar ze van werden verdacht hier van belang is maar
de politieke motivatie van de verdachten, werd bevestigd in de rechtszaken
van gisteren.
De OvJ baseerde zijn aanklachten op een algemene situatieschets
van de eerste ontruiming op het Rokin, die niet op de waarheid berustte.
Er zouden volgens de OvJ vele brandende molotov cocktails gegooid
zijn, iets dat pertinent niet waar is en te bewijzen valt met beeldmateriaal
van de politie en van de burgerlijke pers. Dit werd echter niet
vertoond op de zitting, het enige bewijs was de verklaring van een
agent. Dit terwijl de OvJ verplicht is ontlastend materiaal toe
te voegen aan het dossier op verzoek van de verdediging. De OvJ
gebruikte woorden als "stadsguerrilla" en "grensoverschrijdend
geweld" om het plaatje van een internationaal opererend rel-leger
compleet te maken. Blijkbaar is daarbij de bewijslast tegenwoordig
ook omgedraaid en is een verdachte in principe schuldig tenzij de
onschuld bewezen wordt. Toen de verdediging vroeg waarom er zulke
zware onvoorwaardelijke gevangenisstraffen geëist werden en
een vergelijking gemaakt werd met de taak- en voorwaardelijke straffen,
die voetbalsupporters kregen bij de rellen in Rotterdam, was het
antwoord van de OvJ dat deze mensen ideeën (lees politieke
ideeën) hadden en voetbal hooligans niet. Dit was de enige
reden om zwaardere straffen te eisen.
Dat een OvJ als beambte van het ministerie niet politiek neutraal
is, valt te verwachten. Dat de rechter zich echter niet neutraal
en onafhankelijk opstelde, bleek doordat hij zich geregeld door
zijn eigen politieke mening liet leiden, de verdediging regelmatig
tegenwerkte door vragen aan getuigen niet toe te laten en dat hij
zich na vonniswijzing nota bene tot de publieke tribune richtte
met de intimiderende woorden: 'Laat dit een waarschuwing zijn: U
heeft de eisen gehoord. Het is genoeg! De mensen willen dit niet
meer.’
Als kritiek op dit politieke systeem reden genoeg is om mensen per
definitie zwaarder te straffen dan de algemeen geldende strafmaat
voor het vergrijp is dat een teken dat in Nederland de onafhankelijkheid
van de rechtspraak verleden tijd is. Het politiek systeem laat hiermee
zien dat het bang is voor mensen die fundamentele veranderingen
willen en bereid zijn deze actief na te streven. Door dusdanig hoge
straffen uit te delen word getracht een intimiderend voorbeeld te
stellen voor iedereen die er over nadenkt om in verzet te komen.
Stichting Arrestantensteungroep Amsterdam
*Deze
website is helaas nog in aanbouw en dus nog niet volledig*